
|
Varèse en de vierde dimensie
Olivia Mattis
In 1921, net toen Edgard Varèse en
Carlos Salzedo bezig waren met de oprichting van het International Composers'
Guild (‘nieuwe oren voor nieuwe muziek’), bracht Albert Einstein, vier jaar
ouder dan Varèse, zijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten. Het jaar daarop,
in 1922, kwam de Engelse vertaling uit van Tertium Organum: A Key to the
Enigmas of the World van de Russische mystiek filosoof Pjotr Uspenskijnoot
1, een boek dat door Varèse’s echtegenote Louise werd beschreven als ‘het
boek van de dag, een onthullende beststeller onder intellectuelen´.noot 2
In hun respectieve disciplines - natuurwetenschap en filosofie – waren zowel
Einstein als Uspenskij fervente aanhangers van het concept van de vierde
dimensie als een verborgen, onzichtbaar aspect van de fysieke werkelijkheid. En
precies in die periode, in 1922, was Varèse begonnen aan een nieuwe compositie
voor houtblazers, koperblazers, slagwerk en brandweersirene. Hij besloot zijn
werk te vernoemen naar een geometrische figuur van vier of meer dimensies: Hyperprism.
Dit werk bracht bij de première een
rel teweeg: ‘Aan Edgard Varèse (en alleen aan hem) was de eer de kalmte van een
sabbatavond aan gruzelementen te slaan, vreedzame muziekliefhebbers zover te
krijgen dat ze hun ontzetting uitschreeuwden, boze emoties op te wekken en
mensen te verleiden achterin de concertzaal elkaars gezichten als pauken te
bespelen,’ zo rapporteerde een recensent. ‘Dit is een grote triomf. De naam van
Varèse zal de muziekgeschiedenis ingaan als de man die iets in beweging heeft
gezet.’noot 3 De vierde dimensie werd een populair thema in zowel de
literatuur als de schilderkunst. In Christus Hypercubus schildert
Salvador Dali de Christusfiguur hangend aan een ‘mozaïek’ van acht individuele
kubussen, waarvan de voorvlakken zijn geplaatst in de kruisvorm van een
opengevouwen kubus.
‘De vierde dimensie? Zo, zo! En hoe
klinkt die?’noot 4 vroeg de Mexicaanse dichter José Juan Tablada aan
wie Varèse Hyperprism had opgedragen. Varèse beantwoordde deze vraag in
een lezing die hij in 1936 gaf in Santa Fe, New Mexico. ‘Wij kennen [momenteel]
drie dimensies in muziek: horizontaal, verticaal en dynamische crescendo’s en
decrescendo’s. Ik zal een vierde toevoegen: klankprojectie - het gevoel dat de
klank ons verlaat zonder hoop ooit te worden teruggekaatst, een gevoel dat
verwant is aan het gevoel dat wordt opgeroepen door de lichtbundels van een
krachtig zoeklicht – zowel voor het oor als voor het oog, dat gevoel van
projectie, van een reis de ruimte in.’noot 5 Varèse’s conceptie van
de vierde dimensie in muziek staat heel dicht bij die van de
vierde-dimensiefilosoof Claude Bragdon, die verklaarde dat ‘Muziekklanken
onzichtbare geometrische figuren scheppen in de lucht’.noot 6 En
inderdaad is deze beschrijving perfect van toepassing op het werk dat Varèse
onmiddellijk na Hyperprism schreef, namelijk Intégrales voor
houtblazers, koper en slagerwerk. Net als Hyperprism begint dit
werk met een thema dat voortdurend wordt omgewerkt en opnieuw geïnterpreteerd
boven een steeds veranderende achterwand van klank.’
Laten we nu Varèse’s beschrijving
van Intégrales eens vergelijken met Claude Bragdons
visualisatie-experimenten zoals hij die presenteerde in zijn Primer of
Higher Space. ‘Ik heb’, zo vertelde Varèse, Intégrales opgezet zoals
ik mij een ruimtelijke projectie voorstelde. Stel je de projectie voor van een
geometrische figuur op een vlak, waarbij zowel de figuur als het vlak zich in
de ruimte bewegen, elk volgens zijn eigen, niet van buitenaf opgelegde variërende
vertaal- en rotatiesnelheid; de onmiddellijke vorm van de projectie wordt
bepaald door de relatieve oriëntatie tussen de figuur en het vlak, die elk hun
eigen impulsen volgen. Het resultaat zal zijn een zeer complex en schijnbaar
onvoorspelbaar beeld.’noot 7 Bragdons visuele beelden waarin de ‘markeringen’
of ‘persoonlijkheden’ van een driedimensionale
kubus worden geschilderd op een tweedimensionaal oppervlak, zijn bedoeld om ons
een beeld te geven van hoe een vierdimensionale entiteit die zich door onze
ruimte beweegt een indruk op ons zou kunnen achterlaten. Als je dit leest,
krijg je het vermoeden dat Varèse op dezelfde manier zijn muziek concipieerde:
als de hoorbare vrucht van een bepaalde hyper-muziek die zelf niet gehoord en alleen
maar gedacht kan worden.
Varèse was net zo geïnteresseerd in
mystiek als in wetenschap, en in de titels van zijn werken – Hyperprism, Intégrales, Arcana, Ionisation
– zie je deze dubbele belangstelling terug. Hij was er oprecht van overtuigd
dat het de plicht was van de kunstenaar om de vooruitgang in de wetenschap bij
te houden, en hij vond het prachtig om zijn publiek eraan te herinneren dat
muziek in de Middeleeuwen werd beschouwd als een onderdeel van het quadrivium
(het tweede en hogere deel van de universitaire opleiding, dat verder bestond
uit rekenkunde, meetkunde en astronomie). Maar hij had ook een verborgen
mystieke kant. Hij gebruikte de alchemistische term ‘transmutatie’ om de
relatie te beschrijven tussen de horizontale en verticale aspecten in zijn
partituren. In de partituur van het gigantische orkestwerk Arcana
citeert hij Paracelsus, de zestiende-eeuwse alchemist die behalve de meest
beroemde occultist van de Renaissance ook een van de helden was van de
hyperspace-filosofen: ‘Eén ster is hoger dan alle andere. Dat is de
apocalyptische ster. De tweede ster is die van de ascendant. De derde is die
van de elementen – daarvan zijn er vier, zodat er zes sterren zijn geplaatst.
En dan is er nog een ster, verbeelding, die een nieuwe ster en een nieuwe hemel
voortbrengt.’
Varèse bekende aan zijn vrouw dat
hij zijn muziek schreef voor ingewijden: ‘voor degenen die in staat zijn het
teken te begrijpen.’noot 8
Dit komt overeen met het feit dat er in bijna al zijn werk iets
‘verborgen’ ligt – een latent visueel aspect of een zoektocht naar het
oneindige of het onbekende. Het slagwerkstuk Ionisation werd
aanvankelijk gecomponeerd als een dans, hoewel dit aspect in de uiteindelijke
partituur verborgen blijft. In Ecuatorial worden twee theremin-cello’s
gebruikt – elektronische instrumenten die klanken produceren ver boven het
bereik van wat menselijke oren kunnen opvangen. Aan Espace, zijn ‘ruimtelijke symfonie’,
heeft Varèse twintig jaar
gewerkt, en wat daarvan ooit het daglicht heeft gezien is slechts een kort
fragment, en bovendien voor sterk uitgedunde bezetting – de rest moet door
´verbeelding´ worden aangevuld. Déserts, voor orkest en tape, was
bedoeld als de soundtrack voor een nooit gemaakte film. In elk van deze werken
maakt Paracelsus’ zevende ster – verbeelding – het plaatje compleet.
Uiteindelijk was het pas in Varèse’s laatste complete werk Poème
électronique dat er niet langer iets verborgen bleef. In deze geluid- en
lichtshow werd de muziek letterlijk geprojecteerd in de ruimte, aangezien het
via 425 luidsprekers langs specifieke klankroutes in een speciaal daarvoor
ontworpen gebouw werd geleid, met een hyperprisma hangend aan het plafond.
1 P.D.
Ouspensky, Tertium Organum: A Key to the Enigmas of the World, Engelse
vertaling door Claude Bragdon en Nicholas Bessaraboff, New
York: Alfred A. Knopf, 1922.
▲ terug naar tekst
2 Louise
Varèse, Varèse: A Looking-Glass Diary, New
York: W.W. Norton and Co., 1972, p. 200.
▲ terug naar tekst
3 W.J.
Henderson, ´Playing of Ultra-Modern Piece Called Hyperprism Arouses Audience to
outbreak Never Before Witnessed at a Similar Entertainment´, The New York
Herald, 11 maart 1923.
▲ terug naar tekst
4 José Juan
Tablada, ‘Nueva York de Día y de Noche: La música del
momento y el utramodernismo musical’, El Universal, 19 oktober 1924,
gepubliceerd op www.tablada.unam.mx/archivo/carpetas/notas/varese.html.
▲ terug naar tekst
5 Edgard
Varèse, ‘Music and the Times’, Mary Austin House, Santa Fe, New Mexico, 23
augustus 1936. Varèse
gebruikte het woord ‘actually’ (‘eigenlijk’) terwijl hij bedoelde ‘currently’
(‘tegenwoordig’). De vergissing komt dus voort uit het feit dat het Franse
woord ‘actuellement’ (‘tegenwoordig’) een ‘valse vriend’ is van het Engelse
‘actually’. Tot op het eind heeft Varèse altijd een soort benadering van Engels
gesproken, gelardeerd met Franse, Italiaanse en Duitse woorden.
▲ terug naar tekst
6 Claude
Bragdon, ‘Song and Light’, The Architectural Review 4 (september 1916), p. 170,
zoals geciteerd in Linda Dalrymple Henderson, The Fourth Dimension and
Non-Euclidean Geometry in Modern Art, Princeton: Princeton University Press,
1983, p. 227.
▲ terug naar tekst
7 Edgard Varèse, opname gemaakt door CBC
Toronto kort voordat hij overleed, en uitgezonden door BBC Radio 3 op 16
december 1967, National Library of Canada, Ottawa.
▲ terug naar tekst
8 Varèse aan Louise Varèse, Santa Fe, 14
november 1936, Paul Sacher Foundation, Bazel, Zwitserland. Zie voor Varèse's
mystieke en apocalyptische visie mijn ‘Varèse's Multimedia Conception of
Déserts’, The Musical Quarterly 76:4
(winter 1992), p. 557-83.
▲ terug naar tekst
▲ naar
boven |