TAALBUREAU TEKST EN CULTUUR




       werkzaamheden

welkom       wie ben ik       aanbieding       tarieven       referenties       contact      links
















►    redactie

  schrijven

  vertalingen        uit het       op het gebied van







Omslag Hitler - Vergelding


Krantenkop Hitler Dead








Ian Kershaw, Hitler - Vergelding, 1936-1945. Utrecht, Het Spectrum, 2000

De Hitler-biografie van Ian Kershaw wordt gezien als het meest gezaghebbende verhaal over de centrale figuur van de twintigste eeuw. Gebaseerd op een grote hoeveelheid bronnen en geschreven in een meeslepende stijl, laat de auteur ons zowel de dictator begrijpen als de maatschappij die hem vormde.

In onderstaande episode wordt beschreven wat zich heeft afgespeeld in de laatste uren van de oorlog in de bunker van de rijkskanselarij: vanaf het moment dat de lichamen van Hitler en Eva Braun door enkele getrouwen in de tuin van de rijkskanselarij haastig waren verbrand.


Uit de Epiloog

Eindelijk,  terwijl de lichamen boven in de tuin van de rijkskanselarij nog lagen te branden, konden de bunkerbewoners zich bezighouden met hun eigen overleving. Hun belofte zich samen met hun leider op te offeren waren zij al vergeten, en zij kwamen overeen datgene te doen wat hij altijd expliciet had afgewezen: te proberen op het laatste moment een regeling te treffen met de Sovjet-Unie. Er werd een boodschapper op uitgestuurd met een witte vlag, die moest proberen een ontmoeting te arrangeren tussen generaal Krebs die als voormalig attaché in Moskou het voordeel had dat hij vloeiend Russisch sprak  en maarschalk Zjoekov. Om 22.00 uur die avond stak Krebs de Sovjetlinie over met een brief van Goebbels en Bormann.

Het was een angstige nacht voor de achtergebleven mensen die gevangen zaten in de bunker, en toen Krebs rond 06.00 uur terugkwam, wat dat alleen om te rapporteren dat de Sovjets vasthielden aan een onvoorwaardelijke overgave en dat zij die middag, 1 mei, om 16.00 uur een verklaring eisten waarin die overgave gemeld werd.

Dat was het einde. Het was tijd om de finale voor te bereiden, en wel volgens het enige overgebleven principe: redden wat er te redden valt. Om 10.53 uur ontving Hitlers opvolger grootadmiraal Dönitz in Plön een telegram: ‘Testament van kracht. Ik kom zo snel mogelijk naar jullie toe. Tot dan naar mijn idee nog niet openbaar maken.’ Eerder die ochtend, meer dan negen uur na het groteske tafereel in de tuin van de rijkskanselarij, had de grootadmiraal nog een telegram gestuurd waarin hij opnieuw zijn onvoorwaardelijke trouw aan de bunker had betuigd. Nu pas, na het lezen van het telegram van Goebbels, drong het tot hem door dat Hitler dood was. Dit werd bevestigd in een nieuw telegram van Goebbels – het laatste dat de bunker zou verlaten en dat die middag om 15.18 uur in Plön arriveerde. Noch de Wehrmacht, noch de Duitse bevolking was toen op de hoogte van Hitlers dood. Toen het nieuws zeven uur later, om 22.26 uur, in een radio-uitzending bekend werd gemaakt, werd op typerende wijze de waarheid op twee manieren geweld aan gedaan: Hitler zou die middag gestorven zijn – terwijl het de dag daarvoor was gebeurd – en hij zou in de strijd gevallen zijn, ‘op zijn post in de rijkskanselarij, waar hij tot zijn laatste ademtocht gevochten had tegen het bolsjewisme’. In zijn verklaring tegenover de Wehrmacht sprak Dönitz van de ‘heroïsche dood’ van de Führer. In het rapport van de Wehrmacht werd verklaard dat hij gevallen was ‘aan het hoofd van de heroïsche verdedigers van de hoofdstad van het Rijk’. Dat Bormann en Goebbels Dönitz pas op een later moment op de hoogte brachten van het overlijden van Hitler, was duidelijk ingegeven door het feit dat zij eerst zelf wilden proberen een onderhandelde overgave met het Rode Leger te arrangeren, dat wil zeggen zonder eerst het nieuwe staatshoofd te consulteren. Dat Dönitz op zijn beurt onwaarheden overbracht aan de Wehrmacht en het Duitse volk, was omdat hij de voorspelbare reactie van de troepen wilde voorkomen wanneer die geweten zouden hebben van Hitlers zelfmoord en wanneer zij hadden moeten vernemen dat de Führer hen op het eind in de steek had gelaten. Toch was dit in feite precies het bericht dat de Duitse bevelhebber in Berlijn generaal Helmuth Weidling overbracht aan zijn troepen toen hij hun op de vroege ochtend van 2 mei beval de strijd te staken. ‘Op 30-4-‘45 heeft de Führer zichzelf het leven benomen en daarmee degenen die hem trouw hadden gezworen in de steek gelaten’, zo begon de order. ‘Het is op bevel van de Führer dat u gelooft nog steeds te moeten vechten voor Berlijn, hoewel het gebrek aan zware wapens en munitie en de algemene situatie aantonen dat de strijd zinloos is... In overeenstemming met het opperbevel van de Sovjettroepen beveel ik u de gevechten onmiddellijk te beëindigen.’

Tegen die tijd was ook het drama in de bunker haast voorbij. Van de mensen die nog in de bunker onder de rijkskanselarij verbleven, besteedden de meesten de middag en avond van 1 mei aan het voorbereiden van hun uitbraak. Goebbels was echter niet een van hen: samen met zijn vrouw Magda trof hij voorbereidingen voor hun beider zelfmoord en voor het doden van hun zes kinderen in de leeftijd van vier tot twaalf jaar. Vroeg in de avond riep Magda Helmut Gustav Kunst bij zich, de assistent van de hoofdarts van de gezondheidsdienst van de SS (Sanitätsverwaltung) in de rijkskanselarij en vroeg hem alle kinderen – Helga, Hilde, Hellmut, Holde, Hedda en Heide – een dosis morfine toe te dienen. Omstreeks 20.40 uur voldeed Kunz aan het verzoek. Toen de kinderen eenmaal in een diepe gedrogeerde slaap waren, ging Hitlers lijfarts van de laatste jaren dr. Ludwig Stumpfegger bij elk van de kinderen langs om een blauwzuurcapsule in de mond te breken. Later op de avond, toen de commandant van de ‘Citadel’ Wilhelm Mohnke opdracht gaf voor de massale uitbraak uit de bunker, droeg Goebbels zijn adjudant Günther Schwägermann op de lichamen van hemzelf en zijn vrouw te verbranden. Als aandenken schonk hij de adjudant de gesigneerde foto van Hitler die al die jaren in een zilveren lijst zijn bureau had gesierd. Nadat hij en zijn vrouw afscheid hadden genomen van elkaar, liepen zij de trap op naar de tuin van de rijkskanselarij, en daar aangekomen beten zij op de blauwzuurcapsules. Voor de zekerheid vuurde een SS-ordonnans tweemaal op de lichamen. Voor de weinig ceremoniële crematie was veel minder benzine beschikbaar dan voor het verbranden van de lichamen van Hitler en Eva Braun, en het kostte de Sovjettroepen die de volgende dag de tuin van de rijkskanselarij bereikten dan ook weinig moeite de lijken te identificeren.

Ook Krebs, Burgdorf en Frans Schädle, hoofd van Hitlers lijfwacht of Begleitkommando, verkozen hun leven in de bunker te beëindigen voordat de Russen zouden arriveren. De rest van het gezelschap waagde die avond groepsgewijs een poging de bunker te verlaten en te ontsnappen aan de Russen. De ondergrondse metrotunnel bracht hen bij station Friedrichstra­ße, even ten noorden van de geruïneerde rijkskanselarij. Eenmaal aan de oppervlakte, in de brandende hel van Berlijn waar de bommen overal neerkwamen, kreeg verwarring de overhand. In de chaos raakte men elkaar kwijt en was het ieder voor zich. Enkelen, onder wie ook de secretaresses Gerda Christian, Traudl Junge en Else Krüger, slaagden er verrassenderwijs in naar het Westen te ontsnappen. De meesten, ook Otto Günsche en Heinze Linge, vielen echter in handen van de Sovjets en gingen jaren van ellende en mishandeling in Moskouse gevangenissen tegemoet. De meeste anderen werden op hun zoektocht naar veiligheid gedood of namen zelf de laatste beslissing die hun nog restte. Twee van de meest prominente onder hen waren Hitlers rechterhand Martin Bormann, die in de oorlogsjaren niet van zijn zijde was geweken, en zijn arts Ludwig Stumpfegger. Beiden hadden de hoop opgegeven nog te kunnen ontsnappen, en liever dan in handen van de Sovjets te vallen, hadden zij op 2 mei 1945 vroeg in de ochtend in de Berlijnse Invalidenstraße vergif ingenomen.