Eine Kirche der angst
Fluxus‑Oratorium van Christoph Schlingensief
Een
productie van de RuhrTriennale, uitgevoerd in het Holland Festival
In januari
2008 werd bij de Duitse film- en theatermaker
Christoph Schlingensief (1960) een
bijzonder kwaadaardige vorm van longkanker geconstateerd.
En dat terwijl hij nooit gerookt had. Zijn
linkerlong werd verwijderd. Hij onderging
zware chemotherapie en werd behandeld met
bestraling. “Ik heb de dood gevoeld, hij zat in mij.
Ik heb gestreden.”
Zijn
belangrijkste wapen in de strijd: zijn ‘Fluxus-oratorium’
Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in
mir, dat in september 2008 in première ging
tijdens de Ruhrtriennale in Duisburg. Gedurende
zijn hele ziekteperiode hield hij de volgende
zin in gedachten: “Wanneer je leven in
een
tragedie verandert, probeer het dan als toeschouwer te
bekijken.” Hij sprak urenlange tapes vol in zijn
dicteerapparaat, uitgetypt bijna 500 pagina’s.
Kleine stukjes daaruit kwamen terecht in de
voorstelling die zijn ziekte tot onderwerp heeft.
Ja,
laat je wonden maar eens zien!
Wie zijn
wonden toont, wordt genezen.
Wie ze
verbergt, wordt niet genezen.
Liturgie-fragementen
Wij gedenkende de
aanstaande overledene – die veel wilde
bereiken – terwijl hij nog net niet weg is. Een mens als wij,
als jij, als
ik, als iedereen – en daarmee ook bijzonder. Hij was wie hij
was, meer niet,
maar toch, wie kan dat eigenlijk van zichzelf zeggen. Velen zijn dood,
velen
zijn ondood, ons heeft men in ieder geval nog niet begraven. Halleluja!
De weg naar de
vrijheid kan enkel inhouden dat men zich op
zijn eigen wetten verlaat, die men natuurlijk niet zelf maakt, maar die
men,
met name in dit geval, door anderen heeft voorgeschreven gekregen.
Ik zal moeten
beslissen of ik mij een kogel door het hoofd
jaag – ik heb geen pistool – of dat ik in de
badkuip stap en gewoon mijn polsen
doorsnijd, of dat ik ergens uit het raam val – daarvoor is
het hier niet hoog
genoeg. Of dat ik hopelijk pillen krijg of iets anders, want ... de
levenswil
die ik de hele tijd gehuicheld heb, dat gevoel van: ja die, wat een
kanjer is
dat, die heeft het gemaakt, dat gevoel is over. Ik ben moe. Ik ben
klaar. Ik
ben al heel lang moe. Ik heb genoeg gesparteld. Ik heb genoeg gedaan.
Er zijn geen
bloemen die je absoluut nog wilt hebben, zelfs
geen verwelkte bloemen. Maar hoe kom ik aan de spullen, hoe kom ik daar
eindelijk aan, aan de mogelijkheid mijzelf om te brengen met
bijvoorbeeld zo’n
wondermooie bronchoscopie, … zo´n te gekke
injectie waar je warm van wordt en
plotseling alles weg is?
Op dat moment zou
er alleen nog iemand moeten zijn die je de
keel doorsnijdt. Dat was het. De naald blijft net zo lang in je arm
zitten
totdat werkelijk alles voorbij is. Een massamoord in Amerika op touw
zetten,
ter dood veroordeeld worden. Waarom is er eigenlijk geen guillotine
voor
thuisgebruik. Fles whisky innemen, pillen naar binnen werken, kop erin
steken,
... hopelijk lukt het je dan nog om aan het touw trekken. Ik ben niet
meer die
ik ben. Ben niet die ik was. Ik ben niet die ik had willen worden.
Allemaal
flauwekul!
Ik heb het
eigenlijk altijd goed bedoeld, ik heb altijd
alleen het goede gewild. Ik bedoelde het niet kwaad. Dat het slecht
was, hebben
anderen altijd geloofd. Dat was ik niet, dat waren de anderen. Ik heb
altijd
naar het goede gezocht. Ik heb altijd aan het goede gedacht.
Het geheel was
voor mij altijd het beste. Ik heb altijd naar
het geheel gestreefd, voor elke toneelspeler. Ik heb altijd geprobeerd
de close‑up
weg te laten, ik heb altijd het goede, het geheel gezocht. Ik heb het
goed
bedoeld. Ik heb het goede gezocht en ik heb het niet kwaad bedoeld.
De draad is op een
of andere manier weg. Ik heb geen
contact. Maar ik weet niet waarom. Ik weet niet of die daarboven niet
willen of
die daar beneden niet ... of dat gewoon de verbinding weg is. ... Hallo
... Is
er misschien ergens een zuster? Het gaat geloof ik niet zo goed met me
... Is
daar iemand?
CS
Dagelijks gebed
Ik wil dat niet.
Ik wil geen vader!
Ik wil niet!
Ik heb geen zin meer.
Ik wil geen ouders meer!
Ik wil geen plaatsvervanger zijn.
Dat wilde ik vroeger niet.
En ik wil het nu niet.
Papa is al weg.
Mama moet ook nog weg.
Ze moet haar huis meenemen.
En haar hele kerkenboel.
Wat is dat trouwens voor een gezin?
Wat is daar aan de hand?
Jezus is er hoe dan ook niet.
En God is er ook niet.
En Moeder Maria is er ook niet.
Alles is daar helemaal dood.
En alles is er door en door koud.
En er is niemand meer.
De hele kleinburgerlijke kliek is er niet meer.
Maar dat is goed zo.
Ik wil dat niet.
Ik moet zo zijn,
maar ik wil dat niet.
Amen.
CS
Lezing
Op de dag dat de
schone wereld voor ons begon,
begon voor ons het lijden
aan het leven en ruilden wij het bewustzijn
voor onze reinheid en vrijheid. –
De reine en van lijden vrije geest houdt zich
niet met stof bezig, is zich echter ook
van geen ding noch van zichzelf bewust.
Voor hem is er geen wereld, want buiten hem
is niets. – Maar wat ik zeg is slechts gedachte. –
Nu voelen wij de inperking van ons wezen,
en de geremde kracht verzet zich ongeduldig
tegen haar boeien, en de geest verlangt
naar de onvertroebelde Ether terug.
Toch is in ons ook weer iets dat
de boeien graag behoudt, want werd in ons
het goddelijke door geen tegenstand
beperkt – dan voelden wij onszelf en anderen niet.
En zichzelf niet te voelen, dat is de dood,
van niets te weten en vernietigd te zijn
is een en hetzelfde voor ons. – Hoe zouden wij de drang
oneindig voort te schreiden, ons te louteren,
ons te veredelen, te bevrijden, kunnen verloochenen?
Dat zou dierlijk zijn, Maar wij zouden ook
boven de drang beperkt te worden, te ontvangen,
ons niet trots verheven moeten voelen, want dat zou
niet menselijk zijn, en wij zouden onszelf doden.
De tegenstrijdigheid der driften, die niemand
kan ontberen, wordt door de liefde verenigd.
Friedrich
Hölderlin
Lied
Ik heb de wereld
losgelaten
waarin ik toch mijn tijd verdorven heb,
zij heeft zo lang niets van mij vernomen
ze zal wel denken dat ik ben gestorven!
Nu is het mij ook om het even
dat zij mij voor gestorven houdt.
Ik kan er dan ook niets op zeggen,
want ik ben werkelijk gestorven, gestorven aan de wereld.
Ik ben de wereldwoelingen ontstorven
en rust in stil gebied.
Ik leef alleen hier in mijn hemel,
in mijn liefde, in mijn liefde, in mijn lied.
Friedrich
Rückert
Evangelie
Ook hij die in het
lijden verstart brengt de wereld
vanzelfsprekend verder, ook hij verrijkt de wereld desondanks. Een
grote vraag
zou zijn: wie verrijkt de wereld meer, de actieven of zij die lijden?
Ik heb altijd
gedacht: zij die lijden. De actieve mag dan
oneindig veel voor de wereld bereiken, maar de lijdende, die helemaal
niets kan
doen, vervult door zijn lijden de wereld met christelijke substantie.
Wanneer men dat in
een formule onderbrengt, dan zijn de mens
– alle nuanceringen en alle biografieën met een
steeds weer andere mix ten
spijt – uiteindelijk niet meer dan twee vormen van scheppend
handelen gegeven:
de ene is het doen, de andere is het ondergaan.
Joseph Beuys
Alles wat komt is nietigheid! Verblijd u, o
jongeling! in uw
jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap,
en wandel
in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen. Zo doe dan
de
toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want
de
jeugd, en de jonkheid zijn immers zo nietig.
En gedenk aan uw
Schepper in de dagen uwer jongelingschap,
eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij
zeggen zult:
Ik heb geen lust in dezelve. Eer dan de zon, en het licht, en de maan,
en de
sterren verduisterd worden, en de wolken wederkomen na den regen. Ook
wanneer
zij voor de hoogte zullen vrezen, en dat er verschrikkingen zullen zijn
op den
weg, en de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een
last
zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn
eeuwig huis,
en de rouwklagers zullen in de straat omgaan. Eer dat het zilveren
koord
ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de
kruik aan
de springader gebroken wordt, en het rad aan den bornput in stukken
gestoten
wordt; En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en
de geest
weder tot God keert, Die hem gegeven heeft. Nietigheid der nietigheden,
zegt de
prediker; het is al nietigheid! De woorden der wijzen zijn gelijk
prikkelen, en
gelijk nagelen, diep ingeslagen ...
Het Oude Testament
Preek
Wat zegt ons het
evangelie: Nietigheid, alles is nietigheid!
Ik heb mijzelf verloren en hervind mijzelf elke dag opnieuw.
Het is een snelgroeigang die ik in mij draag. Ik kan mijzelf alle
mogelijke
vragen stellen en geen antwoorden krijgen.
Je zult zal niet autonoom sterven, dat lukt je niet.
Daarvoor zou je goochelaarskunstjes moeten uithalen, jezelf van bovenaf
zien
hurken! Niks elektroshocks door je borst. Over, uit, de werkdag is
voorbij!
In de vermeende hoop dat je weer uit de dood zult opstaan.
Vader, vader, vader, mijn probleem is de vader. Ik wil mijn ouders niet
weerzien. Eén leven met vader volstaat.
Opera is het laatste dat überhaupt nog te realiseren is!
Het Operahuis moet gebouwd worden met materialen die in
Afrika te vinden zijn.
Dat is de laatste ademteug die ik zal nemen.
Het is niet interessant om in een ziekenhuis dood te gaan,
met vijf slangen in je kont. Interessant is het om naar een
vegetatieloze
streek te tijgen en het stof in te ademen dat je later wordt.
Credo
Ik wil
één keer volkomen alleen zijn.
Alleen op de wereld.
Ik wil daar alleen staan en alleen zeggen,
zo, dat is mijn leven.
en dan schreeuw ik het uit
en ben ik volledig op van de zenuwen,
maar dan ben ik tenminste eenmaal helemaal alleen.
CS
Zijn wij misschien een leugen? Zijn wij misschien een
film,
een film die nauwelijks een ogenblik duurt? Zijn wij de gedachten van
een
waanzinnige? Zijn wij een drukfout?
Zijn wij misschien
een toeval dat nog geen realiteit is, dat
zich noch amper in de tijd aftekent; zijn wij een voorgevoel? een
toekomstig
feit dat zich nog niet voltrokken heeft? Zijn wij dan een
onbegrijpelijk, op
een regenachtige namiddag op een beslagen vensterruit geschreven teken?
Een al
lang vergeten herinnering aan een voorval dat al lang voorbij is?
Zijn wij wezens en
dingen die door een toverspreuk uit de
zwarte magie zijn opgeroepen? Zijn wij iets dat men vergeten heeft?
Zijn wij
misschien een opeenhoping van woorden? Een bewijs waar niemand acht op
slaat?
Zijn wij een in een onleesbaar schrift overgeleverde gebeurtenis? Zijn
wij het
vluchtige onwillekeurige beeld dat voor de
geliefden opduikt op het ogenblik dat zij
elkaar
vinden?
Het ogenblik dat
zij elkaar bezitten? Het ogenblik dat zij
sterven? Zijn wij een geheime gedachte? Ik weet het niet.
Salvador Elizondo
Ik ben helemaal
stil geworden en heb omhooggekeken, en daar
hing het kruis, en op dat moment kreeg ik een warm en wonderbaarlijk
gevoel van
welbehagen. Ik was plotseling iemand die zegt: hou gewoon je klep, wees
stil, het
is goed, het is goed.
Mijn God, waarom
hebt gij mij verlaten? Deze zin heeft Jezus
aan het kruis niet uitgesproken, daarvan ben ik heilig overtuigd. Dat
is gewoon
onzin. Hij heeft niet het teken gegeven: Ja, ik ben net zo zwak als
jullie. Ik
geloof dat hij daarboven gewoon heel stil heeft gehangen, hij heeft au
gezegd
en weet ik wat nog meer, maar nooit heeft hij het verwijt gemaakt dat
men hem
verlaten heeft. Hij heeft gewoon gezegd: ik ben autonoom.
CS
Verandering
Het wezenlijke is
de verandering.
Het sterven. En de angst voor deze laatste verandering is
algemeen, daarop kun je rekenen, daarop kun je bouwen.
En dat is ook de angst van de priester
en de angst van de gemeente.
En het bijzondere is daarom juist niet de aanwezigheid van
de levende priester of de levende godsdienstbezoeker, maar de
aanwezigheid van
de potentiële stervende.
Heiner
Müller
Want in de nacht
dat hij verraden werd,
en zich uit vrije wil aan het lijden onderwierp,
nam hij het brood en zegde dank,
brak het,
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
Neemt en eet hiervan, gij allen,
Dit is mijn lichaam
dat voor u gebroken wordt.
Uit vrije wil aan
het lijden onderwierp?
Dat zou ik wel eens willen zien.
Uit vrije wil zich onderwierp, dat houdt in dat je op de
tijdas ook aan je eind wilt komen. Vergist Jezus zich hier? Want uit
vrije wil
je onderwerpen betekent immers: ‘goed, schiet mij nu maar
dood!´ Dat kennen we
uit kitscherige films, maar in de realiteit komt er nooit wat van
terecht,
omdat de menselijke geest te klein is om zo’n grootsheid te
ontwikkelen en te
zeggen: ´beslissen JULLIE maar over mijn grenzen´.
Heer, vergeef mij
mijn dwaling:
Want het organisme bestaat ook uit hersenstam, en de
hersenstam werkt ook dan verder als al het andere reeds geschoten
heeft.
Halleluja!
CS
Toen nam hij ook de beker,
sprak opnieuw een dankgebed uit en
reikte hem aan zijn leerlingen met de woorden:
Er is de dood, er is de geboorte
maar ook is er verandering in de zin
dat ik ziek word of mijzelf
veranderen moet.
Ik leef in een geschiedenis, in een
mogelijke wereld, bijvoorbeeld precies hier en nu,
en het lichaam verandert wanneer deze
plek verandert.
De bodem wordt dan onder mij weggeslagen.
En een bodem onder mijn voeten heb ik nodig,
anders begint de spiraal van
veranderingen, die pas ophoudt
als ik de eigen plek weer gevonden heb.
Heiner
Müller
Door hem en met
hem en in hem is u,
God, almachtige Vader, in de eenheid
van de Heilige Geest alle heerlijkheid
en eer, nu en in eeuwigheid.
Fluxus!
Oratorium
Oratoria vertonen
een familieverwantschap met Fluxus en zijn
in hun muzikale vorm gewijd aan het geloof en aan het gebed. Muziek
verwijs
naar transcendentie. Bij Fluxus gaat het om de kunstenaar en hoe die in
zijn
kunst zichzelf belichaamt. Wat weegt zwaarder: het profane of het
sacrale, de
kunst of het geloof? En wat gebeurt er wanneer men een van beide
verloren
heeft? Fluxus is een oratorium over het profane, wereldlijke leven. Je
leidt
dat wereldlijke leven niet in naam van een geloof, maar in naam het
leven waar
je als kunstenaar in opgaat.
Bronvermelding
teksten
Audiodagboek
Christoph Schlingensief 2008 www.kirche‑der‑angst.de
Friedrich Hölderlin, Hyperion,
uit de metrische versie
1795, Frankfurt/M 1990.
Friedhelm Menekes, Joseph
Beuys: Christus
"denken". Stuttgart: Verlag Kath. Bibelwerk, 1996.
Oude Testament, het Boek Prediker 11, 8‑9 en 12, 1‑11
(Nederlandse vertaling gebaseerd op de Statenvertaling).
Heiner Müller, ´Verwandlung´ uit Ich bin ein
Landvermesser, Gespräche mit Alexander Kluge,
Hamburg 1996.
Heinrich von Kleist, uit Der
Prinz von Homburg.
Friedrich Rückert, uit Gedichte.
Salvador Elizondo, uit
Farabeuf oder Die Chronik eines
Augenblicks.
Bronvermelding
films
Naast de voor deze
productie nieuw gedraaide 16mm-film van
Christoph Schlingensief is ook filmmateriaal uit eerdere producties van
Schlingensief gebruikt. Camera: Meika Dresenkamp, Katrin Kottenthaler,
Voxi
Bärenklau en Alexander Kluge, Walter Lennartz.
▲ naar
boven