TAALBUREAU TEKST EN CULTUUR




       werkzaamheden

welkom       wie ben ik       aanbieding       tarieven       referenties       contact      links
















►    redactie

  schrijven

  vertalingen van        uit het       op het gebied van







Profeet Jeremia

Orlando di Lasso: Lamentaties van de profeet Jeremia

In 587 v. Chr. werden Jeruzalem en de tempel door de Chaldeeuwse hordes van Nebukadnezar verwoest en werd de bevolking in ballingschap naar Babylonië gevoerd. De vijf hartverscheurende Klaagzangen (Lamentaties) van de profeet Jeremia over deze gebeurtenissen behoren tot de meest ontroerende teksten in het Oude Testament. Achteraf is makkelijk vast te stellen dat de Babylonische Ballingschap niet het einde betekende voor het joodse volk en de joodse religie, maar voor de dichter(s) van de Klaagzangen moet het er wanhopig hebben uitgezien: Jeruzalem, het symbool van nationale eenheid, lag in puin, en ook de tempel, het symbool van religieuze eenheid, was verwoest. Met de verwoesting van de tempel was bovendien ook God zelf verdreven uit zijn woonplaats en moest Zijn Volk Zijn aanwezigheid ontberen.

De Klaagzangen

In de joodse traditie wordt het boek van de Klaagzangen in de synagogen gereciteerd op de 9e dag van de maand Aw (juli of augustus), de treurdag over de ondergang van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel. Uit het feit dat sinds de Tweede Wereldoorlog op deze dag van rouw ook de slachtoffers van het nazi-regime worden herdacht, blijkt al dat de Klaagzangen in de loop der eeuwen een universele zeggingskracht hebben gekregen.

In de katholieke liturgie is een selectie uit de Klaagzangen als lezingen (Lectiones) opgenomen in de liturgie van het triduüm van de Goede Week (Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag), niet alleen omdat zij de uitdrukking zijn van klacht en boete, maar ook vanwege Jezus’ voorspelling dat de tempel weliswaar verwoest zou worden, maar dat hij die in drie dagen weer zou doen herrijzen. De katholieke Kerk heeft deze uitspraak van Jezus opgevat als een vooruitwijzing naar de komst van het christendom, waarin het (met Pasen) herrezen lichaam van de Heer beschouwd wordt als de woonplaats van God en als zodanig het middelpunt vormt van de eredienst.

Tijdens de donkere metten van het triduüm worden steeds drie Lectiones gelezen of gezongen. Orlando di Lasso (1532-1594) volgt deze indeling in drie maal drie Lectiones (drie voor iedere dag van het triduüm). Uit het feit dat de meeste componisten deze indeling respecteren, maar daarbinnen verschillende verzen getoonzet hebben, kan worden afgeleid dat er binnen de vastgestelde selectie een zekere keuzevrijheid bestond. De oproep ’Jeruzalem convertere ad Dominum Deum Tuum’ (‘Jeruzalem, bekeert u tot de Heer uw God’) waar iedere Lectio mee wordt afgesloten, is eigenlijk afkomstig uit Hosea 14:1.

De eerste letters van de Hebreeuwse openingswoorden van de verzen vormen achter elkaar gezet de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet: Aleph, Beth, Gimel, Dalet, Heth... Hoewel dergelijke acrostische of letterverzen oorspronkelijk waarschijnlijk zowel een numerieke als een mnemotechnische functie hadden, hebben de vertalers van de Vulgaat (de Latijnse bijbelvertaling van de grondtekst uit het jaar 405) de Semitische beginletters gehandhaafd vanwege de poëtische en bezwerende werking die ervan uitgaat. Voor componisten vormden de letters een welkome mogelijkheid voor uitgebreide melisma’s, en zo wordt in de toonzettingen van de Lamentaties de expliciet op tekst van de verzen geschreven muziek geplaatst naast de tekstloze `absolute muziek’ van de letters – een min of meer toevallig, maar toch uniek fenomeen voor die tijd.

De Klaagzangen zijn voor veel componisten een bron van inspiratie geweest, en het meest productief was in dat opzicht de zestiende eeuw, en de zettingen van Morales (Venetië, 1564), Victoria (Rome, 1581), Lassus (München, 1585), en Palestrina (vijf boeken vanaf 1564 tot 1588) worden over het algemeen beschouwd als de meest geslaagde. In de drie dagen van het triduüm werd de liturgie zo sober mogelijk gehouden, en om die reden zijn deze 16e-eeuwse Lamentaties allemaal a capella. Een zetting van Morales wordt echter reeds in 1554 bewerkt voor luit en solostem, en wijst zo vooruit naar de monodische Lamentaties in de stile moderno die in de zeventiende eeuw populair werd. Daarna raakt het genre steeds meer op de achtergrond, om in de twintigste eeuw een korte opleving te beleven, met als hoogtepunten de Lamentaties van Ernest Krenék en Igor Strawinsky.

Lassus

Lassus, somber van aard en zeer bezorgd om zijn zielenheil, is sterk beïnvloed door de strenge leer van de Contrareformatie. Zijn latere leven werd getekend door 'melancholia hypochondriaca cum capitis dolore', en dat bracht hem ertoe zijn toevlucht te zoeken tot teksten waarin boetedoening en erkenning van de menselijke zwakheid centraal stonden. Toen Lassus in 1585 de Klaagzangen componeerde, had hij de jaren van het experimentele chromatisme en andere vernieuwingen al ver achter zich gelaten. De retorica is gesublimeerd, en in de woordschilderingen – zoals het dalend motief op ‘caderet’ (‘viel’), de aaneenschakeling van dissonanten op ‘crudelis’ (`zonder mededogen’) of de rust na ‘tacebit’ (`zweeg’) – is nooit sprake van gratuit effectbejag.

Aan de Hebreeuwse letters is veel aandacht besteed, en in sommige gevallen duren ze bijna net zo lang als het bijbehorende vers. De verzen zelf zijn geschreven in de stijl van het meest strenge motet. De harmonie is in wezen consonant en de maat is onveranderlijk alla breve. Hoewel de stemmen zich over het algemeen in het lage register bewegen, weet de latere Lassus precies hoe hij de topnoten moet plaatsen om ze een maximale zeggingskracht te geven. De intieme tricinia en quatrocinia vormen een aangrijpend tegenwicht tegen de hartstochtelijke exclamatio, die door basso ostinato’s, woordaccenten op zwakke maatdelen en ongewoon hoge inzetten (bijvoorbeeld in de ‘Jod’ van de eerste lezing van de derde dag) op spanning wordt gehouden, alvorens uit te monden in een rustig akkoord.


 naar boven