DE HARINXMA's even terug THOE SLOOTEN
handout bij de tentoonstelling in Museum stedhús Sleat
mei - oktober 2010
Als je ergens ‘even terug’ bent, dan
impliceert dat dat je daar ooit gewoond hebt, maar nu niet meer. En dat geldt
ook voor de Van Harinxma’s thoe Slooten: ooit hebben zij hier gewoond, ooit
hadden zij hier de macht en hebben zij hun naam verbonden aan deze stad.
Maar hoe zijn ze hier terechtgekomen? Is
hun geschiedenis verweven met het ontstaan van de stad, of verschijnen ze pas
later op het toneel? En wat is er gebeurd dat ze Sloten ook weer verlaten hebben?
Wanneer was dat, en waarom? Was het een vrije keuze, was er sprake van een
dramatische gebeurtenis? Hoe is het hun daarna vergaan? De naam van deze oude
hoofdelingenfamilie spreekt nog altijd tot de verbeelding. Hun nazaten hebben
tot ver in de twintigste eeuw een belangrijke rol gespeeld in het openbaar
bestuur, en met name in Friesland. Hoe komt het dat dit hen wel gelukt is, en
andere hoofdelingenfamilies niet?
Deze tentoonstelling vertelt het verhaal
van de Van Harinxma’s thoe Sloten vanaf stamvader en naamgever Haring Donia. Er
is een grote stamboom gemaakt waarop alle personen en de belangrijkste gebeurtenissen
zijn weergegeven. Zo kunt u de tentoongestelde portretten en documenten
plaatsen en hoeft u niet te verdwalen in alle Agges, Bockes, Pieters, Catharina’s,
Rixiarda´s, Binnerts, enzovoort.
Om u in dit verhaal wat wegwijs te maken,
schetsen we hier de grote lijnen, en krijgt u natuurlijk ook antwoord op de
vragen die hierboven werden gesteld.
DE STICHTERS VAN SLOTEN
Strikt genomen zijn de Harinxma´s niet de
stichters van Sloten. De naamgever en stamvader van de familie is Haring Donia.
Die leeft omstreeks 1400 in Heeg, en Sloten bestaat dan al zo’n 150 jaar. Maar
er is wel een relatie tussen de voorouders van Haring Donia en de stichting van
Sloten.
Dat zit zo. Vanaf ongeveer 1200 heeft het
lage midden van Friesland te kampen met grote wateroverlast. Om die te
bestrijden, werd een stuk hoogveen doorgegraven zodat het water kon afvloeien
naar de Zuiderzee. En daarmee ontstond
een nieuwe vaarverbinding met de Zuiderzee, en daarmee met Utrecht en de
IJsselsteden. In die periode zijn het de voorouders van Haring Donia die in dit
gebied oppermachtig zijn. Zij zijn het dan ook die bij het strategisch gelegen
kruispunt van de nieuwe waterweg met de oudere landweg twee stinzen bouwen.
Daar omheen is Sloten gegroeid.
Van deze ontstaansgeschiedenis is een
animatie gemaakt. Die is te bekijken op het scherm dat nu tijdelijk op de
overloop staat. Even verderop, in de andere ruimte op deze verdieping, wordt
een en ander verteld en getoond van de stinzen in Sloten. Daar staan ook twee maquettes.
DE HARINXMA'S VESTIGEN ZICH IN SLOTEN
Haring Donia zelf werd rond 1400 benoemd
tot potestaat – zeg maar legeraanvoerder – van Westergo – de westelijke helft
van het huidige Friesland. Hij was dus een behoorlijk machtig man, en zal op
krijgsgebied zijn sporen wel verdiend hebben. In 1401 trouwt zijn oudste zoon
Agge met de enige dochter en erfgename van de machtige hoofdeling Rienck Bockema uit Sneek.
Voor de Harixma’s is dat een uitgelezen
kans om de eigen macht uit te breiden en te consolideren. In de loop van de 15e
eeuw weten de zoons en kleinzoons van Haring Donia via andere huwelijken, maar
ook met regelrechte veroveringen, de nieuwe vaarweg onder hun beheer te krijgen
- met als kralen aan een snoer de steunpunten Sneek, IJlst, Heeg, Woudsend en
Sloten.
Consolidatie van de macht
Als je de macht eenmaal hebt, wil je die
ook houden, en dat is in de vetemaatschappij die Friesland dan nog is nog niet
zo eenvoudig. Wie Schieringer is en wie Vetkoper, wisselt namelijk nogal eens,
en de scheidslijnen tussen de verschillende allianties lopen vaak dwars door
familieverbanden heen.
Het gebeurt dan ook niet zelden dat neven
en achterneven elkaar flink in de weg zitten. Dat was ook het geval met de
kleinzonen en achterkleinzonen van Haring Donia. Op de stamboom beneden is
bijvoorbeeld te lezen hoe Bocke Harinxma zijn neef verdrijft uit de tweede
stins in Sloten, en daar zijn zoon Watze op zet. Deze Watze krijgt het op zijn
beurt aan de stok met zijn achterneef, de beruchte Igo Galama uit Koudum,
bijgenaamd ‘het woudzwijn’.
Huurlingen
De zoon van Watze is Pieter Harinxma, een
achterachterkleinzoon van Haring Donia. Van hem is het portret dat op het
affiche staat. Pieter lijkt een heel gesoigneerde heer – hij heeft nota bene
een bloempje in zijn hand. Je kunt je dan ook maar moeilijk voorstellen dat hij
de volgende dag weer in wapenrok door het natte Friese land banjert om het op
te nemen tegen een of andere tegenstrever.
Maar in tegenstelling tot zijn voorgangers,
hoeft hij dat waarschijnlijk niet meer persoonlijk te doen. Inmiddels werden
namelijk huurlingen ingezet, op grote schaal en door alle strijdende partijen.
Die huurlingen zijn natuurlijk geen oplossing voor de problemen in de Friese
vetemaatschappij, maar kosten ondertussen wel handenvol geld. En wat denkt u
dat die huurlingen doen als er geen geld meer is voor de soldij? Die slaan aan
het plunderen, of nemen andere rigoureuze maatregelen.
Dat ondervond Bocke Harinxma, broer van
Pieter, die door zijn eigen huurlingen werd gegijzeld en zwaar mishandeld. Ze
worden vrijgekocht met hulp van de Groningers, maar de prijs voor die hulp is
dat de Schieringers zich moeten aansluiten bij Groningen.
Einde Friese vrijheid
Om zich vervolgens weer van de Groningers
te ontdoen, wenden de Schieringers zich tot hertog Albrecht van Saksen. En
Albrecht klaart de klus: hij verdrijft de Groningers, herstelt de rust, maar
brengt de vrije Friezen ook weer onder het centraal gezag van het Heilige
Roomse Rijk.
Met het einde van de Friese vrijheid wordt
ook de macht van de hoofdelingen aan banden gelegd. Pieters pleegzoon en
erfgenaam – Watze geheten naar zijn grootvader – moet zelfs zijn huis afstaan
aan de Hertog. Die eist het op als steunpunt voor zijn gezag, omdat het 'zeer
sterck ende schoon' was. Of de familie dan nog wel de andere stins in Sloten in
bezit heeft is niet bekend. De Harinxma’s blijven hoe dan ook wel in Sloten
wonen, maar niet zo heel lang meer.
Naar Emden
De laatste is namelijk Watze´s kleinzoon
Homme. Homme was hier burgemeester maar moest de stad in 1560 ontvluchten, om
religieus-politieke redenen. Met zijn gezin zocht hij een veilig heenkomen in
de Duitse havenstad Emden. Hun kinderen zien we terug in andere wijkplaatsen
van de Calvinisten: in Londen, of in Genève, waar hun zoon Pieter gaat
studeren.
Doedt van Mockema
Homme overlijdt in Emden en zal Friesland
dus nooit terugzien. Zijn weduwe Doedt van Mockema keert wel terug, maar niet
naar Sloten. Zij neemt haar intrek in het familieslot van de Mockema’s:
Sjuksmastate in Waaxens, in het verre Noorden van Friesland.
Het huis in Sloten is in de strijd tegen de
Spanjaarden namelijk zwaar beschadigd, en het bouwmateriaal dat bedoeld was
voor het herstel is geroofd en gebruikt voor de stadsomwalling. Die zijn in
1580 opnieuw aangelegd als verdediging tegen de Spanjaarden. Het verzoekschrift
waarin Doedt de Staten van Friesland vraagt om een vergoeding voor het geroofde
materiaal, is voor het eerst in Sloten tentoongesteld in één van de vitrines
beneden.
Doedt is hoogbejaard als ze overlijdt. In
de tentoonstellingsruimte is het dootboeck te zien dat is opgetekend door Ernst
Harinxma van Donia (uit een andere Harinxmatak dus). Daarin schreef hij: Op een
Sondach voormiddach onder die predikatie sterff Jfr. Doed Mockma, weduwe van
Homme Harinxma tot Sloeten, olt 94 jaer.
TERUG IN FRIESLAND
Eenmaal terug in Friesland, zijn de Van
Harinxma’s thoe Slooten net als andere Friese adellijke families veel meer dan
voorheen internationaal georiënteerd. Dochters verblijven een tijdje bij
adellijke families in Engeland om goede manieren te leren, de zoons studeren in
het buitenland. De familie doet ook enthousiast mee aan de mode van de alba
amicorum – oftewel vriendenalbums.
Alba amicorum
Het is de moeite waard even stil te staan
bij die alba. Ze gelden als de voorloper van het poeziealbum, dat tot op de dag
vandaag populair is bij meisjes. Maar in de zeventiende eeuw zijn het vooral de
studenten die er zo’n album op nahouden. Op hun reizen langs Europese universiteitssteden
verzamelen ze bijdragen van professoren en medestudenten.
Het bijzondere aan de Harinxma-alba is dat
vier ervan zijn aangelegd door vrouwen. Dat is voor die tijd heel
ongebruikelijk. Ze zijn bovendien zeer luxueus uitgevoerd. Helaas zijn deze
alba erg kostbaar en kwetsbaar, en ze worden niet uitgeleend voor tentoonstellingen.
Maar u kunt er wel doorheen bladeren: alle pagina’s zijn namelijk gescand en
worden in de tentoonstellingsruimte getoond in een doorlopende diavoorstelling.
Grietmannen en Commissarissen des Konings
Ook al gaat het de familie dus goed daar in
het noorden van Friesland, zij worden niet van meet af aan opgenomen in de
exclusieve kring van grietmanfamilies. Maar het ontbreekt hen niet aan ambitie,
en net als vroeger in de Zuidwesthoek sluiten ze strategische huwelijken. Dat
pakt vaak goed uit, maar niet altijd. Leest u op de stamboom maar eens het
relaas over het huwelijk van een kleinzoon van burgemeester Homme van Harinxma
met Catharina van Camminga.
Pas aan het eind van de zeventiende eeuw,
zo´n honderd jaar nadat Homme en zijn gezin uit Sloten zijn weggetrokken, weet
de familie weer zo’n lucratief grietmansambt te bemachtigen. Vanaf dat moment
levert haast iedere generatie wel één of meer grietmannen.
Rond 1900 zijn het geen grietmannen meer,
maar zien we twee Commissarissen des Konings, later van de Koningin. De beide
CvK´s Van Harinxma thoe Slooten hebben veel voor Friesland gedaan. Binnert Van
Harinxma thoe Slooten heeft de aanleg van de Nieuwe Zwemmer en het
Tjongerkanaal bevorderd. En naar zijn zoon Pieter is het Harinxmakanaal vernoemd.
En zo zijn we weer terug bij de Friese
waterhuishouding waar deze geschiedenis ook mee begon, en is de cirkel rond.
▲ naar
boven